Alkmaar, 6 september 2010
Op zaterdag 11 september komt een schip in problemen op de Waddenzee, ter hoogte van de kop van Noord-Holland. Het schip met meer dan 150 opvarenden (figuranten) zal moeten worden geëvacueerd. Dat is het scenario van de grootschalige rampoefening Kokkel. Met deze oefening testen de hulpverleners een nieuw incidentbestrijdingsplan voor de Waddenzee.
Aan de oefening doen zo’n honderd hulpverleners mee, van onder meer de geneeskundige hulpverlening, de KNRM, Kustwacht, de brandweer, Rijkswaterstaat en het KLPD. Met deze grote praktijktest wordt vooral de samenwerking tussen deze verschillende disciplines getest. Oftewel, in de woorden van algemeen directeur Jos Stierhout van Veiligheidsregio Noord-Holland Noord: ”We kijken of landrotten en waterratten goed samen kunnen optrekken.” Een uitdaging is ook de samenwerking tussen verschillende meldkamers die bij de Waddenzee betrokken zijn. De hulpverleners komen het rampschip met onder meer snelle boten te hulp.
De zogenaamde slachtoffers van dit incident worden op 11 september daadwerkelijk aan de ziekenhuizen overgedragen, iets dat bij dergelijke oefeningen zelden gebeurt. Hiermee test de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR) de gewondenafvoerketen. Grote incidenten, zoals de Poldercrash bij Schiphol, tonen het belang van een dergelijke test aan. Ondanks de urgentie en chaos bij een incident moeten registratie en vervoer ordelijk verlopen, om geen slachtoffers ’kwijt te raken’. Het Gemini Ziekenhuis, het Westfriesgasthuis en het Medisch Centrum Alkmaar beproeven na aankomst van de gewonden ook hun eigen crisisorganisatie.



